Oct 31, 2025

De Vlaamse media en de "Joodse lobby”

 In verschillende Vlaamse media (HLN, Knack, De Tijd, GVA, VRT) lezen we steeds vaker dat politieke standpunten over Israël/Palestina zouden worden bepaald door ‘de druk van de Joodse lobby’ — een framing die fout én gevaarlijk is. Een simpel feit: er bestaat geen ‘Joodse lobby’. In België zijn er koepelorganisaties zoals het Franstalige CCOJB en het Vlaamse Forum der Joodse Organisaties, die verschillende instellingen bundelen met vaak uiteenlopende gevoeligheden over tal van thema’s. Bovendien vertegenwoordigen die koepels lang niet alle Joodse verenigingen en instellingen. Denk bijvoorbeeld aan Golem, of andere feitelijke verenigingen en organisaties met rechtspersoonlijkheid. De leiders van deze koepels zijn geen ‘gekozenen van het Joodse volk’ — zoiets bestaat eenvoudigweg niet — maar worden aangeduid door de aangesloten instellingen zelf. Uiteraard zijn er individuen of belangengroepen die pro-Israël zijn, of juister gezegd: pro de Israëlische regering. Heel wat van hen zijn trouwens geen Joden. Net zoals er lobbygroepen bestaan die de belangen van andere landen verdedigen (Marokko, Turkije, Armenië…). Wanneer de Vlaamse pers spreekt over een ‘Joodse lobby’, vertrekt ze van de foutieve veronderstelling dat de Joodse gemeenschap homogeen is én de macht heeft om de politiek te sturen.Terwijl Joden in België — minder dan 1% van de bevolking — noch als blok stemmen, noch allemaal hetzelfde denken of dezelfde visie hebben op het beleid van de Israëlische regering. Spreken over een “Joodse lobby” die het buitenlands beleid zou beïnvloeden, is dus een vertekening van de werkelijkheid die Joden essentialiseert. Daarbij valt op dat de term ‘lobby’ opvallend selectief wordt gebruikt. Voor andere gemeenschappen spreken de media over ‘koepelorganisaties’, ‘diaspora’ of ‘vertegenwoordigende verenigingen’. Niemand schrijft over een ‘Turkse lobby’, een ‘Marokkaanse lobby’ of een ‘katholieke lobby’. Alleen bij Joden duikt dit woord op — en dat heractiveert het oude cliché van een geheime kleine groep die de politiek zou manipuleren. Dit mediacadrage komt niet uit de lucht vallen. Het sluit aan bij een historische en culturele continuïteit in Vlaanderen.Al sinds de jaren ’70-’80 is de relatie tussen de Joodse gemeenschap in Antwerpen en Vlaams-nationalistische partijen complex: • Historisch heeft de Vlaamse pers vaak oude stereotypen herhaald: Joden zouden een homogeen blok vormen dat in het geheim politieke invloed uitoefent. Vandaag duikt dat verhaal opnieuw op, in de context van de oorlog in Gaza. • Sommige Joodse persoonlijkheden met mediabekendheid zijn actief geweest in partijen zoals N-VA of Open VLD, wat in het politieke en mediatische discours de mythe van een ‘invloedrijk Joods blok’ versterkt heeft. • Tenslotte liggen bepaalde buitenlandse beleidskeuzes van N-VA en MR soms in lijn met de Israëlische regering. Maar die keuzes zijn geen gevolg van een imaginaire Joodse lobby; ze vloeien voort uit hun ideologisch kader (bijvoorbeeld een ‘Westen versus Oosten’-logica, atlantisme, ‘anti-woke’), of uit electorale strategieën in een regio die grotendeels rechts stemt. De term ‘Joodse lobby’ reduceert de gemeenschap tot een stereotype en verbergt de echte politieke dynamieken. Door politieke keuzes toe te schrijven aan ‘Joodse invloed’, verdwijnen de werkelijke logica’s: electorale berekeningen (zoals het aanspreken van een conservatief electoraat of profileren in de ‘cultuuroorlog’), ideologische kaders, historische erfenissen. Het is dus niet een ‘Joodse lobby’ die de koers van N-VA of MR bepaalt, maar bewuste strategische en politieke keuzes die op hun eigen merites geanalyseerd moeten worden. We herinneren eraan dat de Joodse bevolking in België ongeveer 30.000 mensen telt, voornamelijk in Antwerpen en Brussel, en op zich een relatief kleine electorale factor vormt voor de politieke partijen. We roepen journalisten op om shortcuts die deze reeds kwetsbare minderheid stigmatiseren te vermijden en in hun berichtgeving meer zorg, nuance en deontologie aan de dag te leggen.

 In verschillende Vlaamse media (HLN, Knack, De Tijd, GVA, VRT) lezen we steeds vaker dat politieke standpunten over Israël/Palestina zouden worden bepaald door ‘de druk van de Joodse lobby’ — een framing die fout én gevaarlijk is. Een simpel feit: er bestaat geen ‘Joodse lobby’. In België zijn er koepelorganisaties zoals het Franstalige CCOJB en het Vlaamse Forum der Joodse Organisaties, die verschillende instellingen bundelen met vaak uiteenlopende gevoeligheden over tal van thema’s. Bovendien vertegenwoordigen die koepels lang niet alle Joodse verenigingen en instellingen. Denk bijvoorbeeld aan Golem, of andere feitelijke verenigingen en organisaties met rechtspersoonlijkheid. De leiders van deze koepels zijn geen ‘gekozenen van het Joodse volk’ — zoiets bestaat eenvoudigweg niet — maar worden aangeduid door de aangesloten instellingen zelf. Uiteraard zijn er individuen of belangengroepen die pro-Israël zijn, of juister gezegd: pro de Israëlische regering. Heel wat van hen zijn trouwens geen Joden. Net zoals er lobbygroepen bestaan die de belangen van andere landen verdedigen (Marokko, Turkije, Armenië…). Wanneer de Vlaamse pers spreekt over een ‘Joodse lobby’, vertrekt ze van de foutieve veronderstelling dat de Joodse gemeenschap homogeen is én de macht heeft om de politiek te sturen.Terwijl Joden in België — minder dan 1% van de bevolking — noch als blok stemmen, noch allemaal hetzelfde denken of dezelfde visie hebben op het beleid van de Israëlische regering. Spreken over een “Joodse lobby” die het buitenlands beleid zou beïnvloeden, is dus een vertekening van de werkelijkheid die Joden essentialiseert. Daarbij valt op dat de term ‘lobby’ opvallend selectief wordt gebruikt. Voor andere gemeenschappen spreken de media over ‘koepelorganisaties’, ‘diaspora’ of ‘vertegenwoordigende verenigingen’. Niemand schrijft over een ‘Turkse lobby’, een ‘Marokkaanse lobby’ of een ‘katholieke lobby’. Alleen bij Joden duikt dit woord op — en dat heractiveert het oude cliché van een geheime kleine groep die de politiek zou manipuleren. Dit mediacadrage komt niet uit de lucht vallen. Het sluit aan bij een historische en culturele continuïteit in Vlaanderen.Al sinds de jaren ’70-’80 is de relatie tussen de Joodse gemeenschap in Antwerpen en Vlaams-nationalistische partijen complex: • Historisch heeft de Vlaamse pers vaak oude stereotypen herhaald: Joden zouden een homogeen blok vormen dat in het geheim politieke invloed uitoefent. Vandaag duikt dat verhaal opnieuw op, in de context van de oorlog in Gaza. • Sommige Joodse persoonlijkheden met mediabekendheid zijn actief geweest in partijen zoals N-VA of Open VLD, wat in het politieke en mediatische discours de mythe van een ‘invloedrijk Joods blok’ versterkt heeft. • Tenslotte liggen bepaalde buitenlandse beleidskeuzes van N-VA en MR soms in lijn met de Israëlische regering. Maar die keuzes zijn geen gevolg van een imaginaire Joodse lobby; ze vloeien voort uit hun ideologisch kader (bijvoorbeeld een ‘Westen versus Oosten’-logica, atlantisme, ‘anti-woke’), of uit electorale strategieën in een regio die grotendeels rechts stemt. De term ‘Joodse lobby’ reduceert de gemeenschap tot een stereotype en verbergt de echte politieke dynamieken. Door politieke keuzes toe te schrijven aan ‘Joodse invloed’, verdwijnen de werkelijke logica’s: electorale berekeningen (zoals het aanspreken van een conservatief electoraat of profileren in de ‘cultuuroorlog’), ideologische kaders, historische erfenissen. Het is dus niet een ‘Joodse lobby’ die de koers van N-VA of MR bepaalt, maar bewuste strategische en politieke keuzes die op hun eigen merites geanalyseerd moeten worden. We herinneren eraan dat de Joodse bevolking in België ongeveer 30.000 mensen telt, voornamelijk in Antwerpen en Brussel, en op zich een relatief kleine electorale factor vormt voor de politieke partijen. We roepen journalisten op om shortcuts die deze reeds kwetsbare minderheid stigmatiseren te vermijden en in hun berichtgeving meer zorg, nuance en deontologie aan de dag te leggen.

Dans plusieurs médias flamands (Het Laatste Nieuws, Knack, De Tijd, Gazet van Antwerpen, VRT), on lit de plus en plus que la position des partis politiques sur Israël/Palestine s’expliquerait par “la pression du lobby juif”, un cadrage faux et dangereux. D’abord, un fait simple : il n’existe pas de “lobby juif”. En Belgique, il existe des organisations coupoles (koepelorganisaties) comme le CCOJB (francophone) ou le Forum der Joodse Organisaties (flamand), qui regroupent une série d’institutions avec des sensibilités différentes sur de nombreux sujets. De surcroit, ces organisations sont loin de représenter toutes les associations et institutions juives. C’est le cas de Golem, comme d’autres organisations de fait ou avec personnalité juridique. Les dirigeants de ces organisations coupole ne sont pas des élus du « suffrage juif », qui n’existe pas, mais sont désignés par ces institutions-mêmes. Bien entendu, il existe des personnes ou groupes d’intérêts pro-Israël, ou plus exactement pro-gouvernement -dont d’ailleurs nombre ne sont pas juifs-, comme il peut exister des lobbies qui défendent les intérêts d’autres pays (Maroc, Turquie, Arménie…). Lorsque la presse flamande défend l’usage de “lobby juif”, elle suppose que la communauté juive est homogène et qu’elle a la capacité d’influencer la politique. Or malgré leur faible nombre (moins de 1% de la population), les Juifs de Belgique ne votent pas en bloc, ne pensent pas en bloc et ne partagent pas la même lecture des actions du gouvernement israélien. Parler d’un “lobby juif” qui influencerait la politique étrangère est donc une déformation de la réalité qui essentialise les juifs et juives. Quand il s’agit d’autres communautés, la presse parle d’associations faîtières, de diaspora, d’organisations représentatives. On dit “koepelorganisatie”, pas “lobby turc”, “lobby marocain” ou “lobby catholique”. Réserver ce vocabulaire aux Juifs réactive le vieux motif du petit groupe secret qui manipulerait la politique. Ce cadrage médiatique ne tombe pas du ciel. Il s’inscrit dans une continuité historique et culturelle propre à la Flandre. Depuis les années 70-80, la relation entre la communauté juive d’Anvers et les partis nationalistes flamands a toujours été complexe.

• Historiquement, la presse flamande a souvent repris des tropes anciens, selon lesquels les Juifs seraient un groupe homogène capable de peser secrètement sur la politique, un récit qui ressurgit aujourd’hui dans le cadre de la guerre à Gaza.

• Certaines personnalités juives avec une notoriété médiatique ont été intégrées à la N-VA ou à l’Open VLD, ce qui a nourri dans les discours politiques et médiatiques l’image d’un “bloc juif” influent.

• Enfin, certains discours et choix des partis (N-VA, MR) en rapport avec la politique étrangère, et notamment avec Israël-Palestine, relèvent bien davantage de leur cadre idéologique (opposition « Occident-Orient » de type choc des civilisations, atlantisme, “anti-wokisme”), voire le cas échéant de stratégies électorales que d’une quelconque pression d’un “lobby juif”. Le terme “lobby juif” s’inscrit dans une continuité culturelle qui essentialise la communauté juive et occulte les véritables dynamiques politiques. En réduisant les choix politiques à “l’influence juive”, on invisibilise les vraies logiques en jeu: des calculs électoraux (séduire un électorat conservateur, se positionner dans une “guerre culturelle”), des cadres idéologiques, des héritages historiques. Ce n’est pas un “lobby juif” qui dicte la ligne de la N-VA ou de son allié le MR. Ce sont des choix stratégiques et politiques qui méritent d’être analysés pour ce qu’ils sont. On rappellera également que les Juives et Juifs de Belgique sont environ au nombre de 30 000, essentiellement concentrés à Anvers et Bruxelles, et donc sont en soi un enjeu électoral plus que modeste à l’échelle des partis. Nous appelons les journalistes à éviter ces raccourcis qui stigmatisent une minorité déjà vulnérable et à faire preuve de plus de rigueur et déontologie dans leur traitement de ces questions.

Golem Belgique - 2026 - Tous droits réservés - Politique de confidentialité